Spaarvader belegt: de 4 procent regel

Spaarvader belegt: de 4 procent regel

In het Amerikaanse pensioenstelsel ligt er een veel grotere nadruk ligt op wat jij persoonlijk opzij zet voor je pensioen. Daarom is er ook veel onderzoek gedaan naar manieren om na je pensioenleeftijd het geld te beheren. Hoeveel kan je opnemen? De 4 procent regel heeft grote bekendheid, ik leg je uit wat deze inhoudt.

In de vorige blog in deze serie gaf ik je twee oplossingen om je pensioen recessie-proof te maken. Je kan langer doorwerken als er op het moment van je pensioenleeftijd een recessie is. Je kan ook de verhouding aandelen/obligaties veranderen naarmate je pensioendatum dichterbij komt. Nu gaan we wat dieper op de stof in: de 4 procent regel is namelijk niet alleen een manier om recessie-proof te genieten van je pensioen, deze regel vertelt je ook precies hoeveel geld je nodig hebt om met pensioen te kunnen gaan.

Lees ook: “Spaarvader belegt: hoe je recessie-proof belegt voor je pensioen

De Trinity Study van 1998
Een kleine geschiedenisles: in 1998 publiceerden drie professors van de Trinity University in Texas een beroemde paper. Deze wordt vaak de “Trinity Study” genoemd. In deze paper onderzochten ze wat “Safe Withdrawel Rates” (SWR) waren voor beleggingsportfolio’s van verschillende samenstellingen. Dat deden ze op basis van beursdata van 1926 tot 1998. De SWR is de hoeveelheid geld die je kan opnemen elk jaar zonder dat je portfolio failliet gaat.

“Owning the stock market over the long term is a winner’s game, but attempting to beat the market is a loser’s game.”

John C. Bogle, grondlegger van indexfondsen en oprichter van Vanguard

Om precies te zijn namen ze een fictieve portfolio waarvan ze elk jaar een bepaald percentage opnamen, terwijl de beursdata verder zijn werk deed. Ze simuleerden alle periodes van 15, 20, 25 en 30 jaar tussen 1926 en 1998. In sommige van die periodes ging de portfolio leeg, omdat naast de jaarlijkse opname van bijvoorbeeld 4 procent ook de beurs daalde. In andere van die periodes steeg de portfolio enorm in waarde, ondanks de jaarlijkse opname van 4 procent. Ze bekeken alle periodes van bijvoorbeeld 20 jaar en bekeken bij hoeveel procent uiteindelijk nog geld in de portfolio zat.

De Trinity Study van 1998

De onderzoekers deden dit niet alleen voor een jaarlijkse opname van 4 procent, maar voor alle opnames tussen de 3 en de 12 procent. Bij een opname van minder dan 3 procent per jaar ben je namelijk in alle periodes uit de geschiedenis gegarandeerd dat je minstens 30 jaar kan genieten van je pensioen. Bij een opname van 12 procent per jaar of meer haal je zelfs in de meest positieve periodes van 15 jaar maar in de helft van de gevallen het einde met je portfolio.

Lees ook: “Beleggingsupdate oktober

De Trinity Study van 2009
In 2009 deden dezelfde onderzoekers dit nogmaals, nu met data van 1926 tot 2009. Ze simuleerden niet alleen portfolio’s die uit alleen aandelen bestonden, maar ook portfolio’s met bijvoorbeeld 50 procent obligaties. In onderstaande tabel zie je de succespercentages. Die geven dus de kans weer dat je, op basis van de beursgeschiedenis, na een periode van 15, 20, 25 of 30 jaar nog geld in je portfolio hebt zitten. Let op: alle percentages zijn inclusief bijstelling voor inflatie.

De Trinity Study van 2009

Hier valt een boel uit op te maken. Om te beginnen: als je jaarlijks 4 procent van je originele portfoliowaarde opneemt is de kans extreem klein dat je geld op raakt. Alleen als je portfolio volledig uit obligaties bestaat (die historisch een lager rendement geven dan aandelen) en je pensioen duurt 25 jaar of langer, is er een kans dat je geld op raakt.

De 4 procent regel stelt dus dat je veilig 4 procent van je startportfolio kunt opnemen tijdens je pensioen. Overigens zijn hier een boel kanttekeningen bij te maken: de onderzoekers raden je sterk aan om in periodes van recessies te proberen minder dan het standaardbedrag op te nemen om je portfolio te beschermen. Ze zeggen ook dat je met een financieel adviseur de beste afspraken kan maken afhankelijk van het scenario waar je in terecht komt tijdens je pensioen.

Hoeveel geld heb ik nu nodig in je pensioen?
Goed, maar hoeveel is 4 procent voor jou? Als jij jaarlijks een bepaald bedrag nodig hebt om van te leven tijdens je pensioen, dan moet dat dus 4 procent (of minder) zijn van je portfolio om te kunnen stoppen met werken. Effectief kan je dus gaan rentenieren als je 25 keer je jaaruitgaven hebt belegt. Een rekenvoorbeeld: je hebt per maand 3000 euro nodig om van te leven. Dat is dus 36 000 euro per jaar. Dat betekent dat je met 900 000 euro in een portfolio nu direct met pensioen zou kunnen gaan. Je zou dan jaarlijks 36 000 euro kunnen opnemen en de portfolio zou meer dan 30 jaar intact blijven.

Vind je 900 000 euro om te kunnen rentenieren veel? Of valt het je mee? Voor iemand die een afbetaald huis heeft is misschien zelfs 1000 euro per maand te doen. Dan heb je “maar” 300 000 euro nodig om te kunnen stoppen met werken. Dat is inspirerend, nietwaar? Een bedrag van 300 000 euro klinkt eigenlijk best haalbaar.

Lees ook: “Dit salaris heb je nodig om 15% te sparen en miljonair te worden

“Als jij nog 40 jaar de tijd hebt, hoef je maar 700 euro per maand te sparen om miljonair te worden.”

Wat vind jij van de 4 procent regel? Wist je dat rentenieren niet zo ver weg is als je dacht? Laat het achter in de commentaren!

Spaarvader

Spaarvader is leraar, vader en spaart graag. Sinds 2016 werkt hij elke maand om financieel meer vrij te worden. Dit blog is wat hij heeft geleerd, voor jou. Daarnaast heeft hij een wekelijkse nieuwsbrief met bespaartips. Zijn missie is: jou leren hoe je je leven verbetert door beter met geld om te gaan.

Geef een reactie